Klinisch redeneren is de kern van het artsenvak: het vermogen om uit het patiëntverhaal, de uitgevraagde klachten, het lichamelijk onderzoek en onderzoeksuitslagen de juiste diagnose en het juiste plan te destilleren. Het is geen losse vaardigheid, maar een samenspel van veel onderdelen: fundamentele (bio)medische kennis, het verzamelen van informatie, het afwegen van diagnoses en het opstellen van beleid. Tijdens de coschappen leren geneeskundestudenten dit door te observeren, te oefenen met medestudenten en simulatiepatiënten, maar bovenal door dit daadwerkelijk uit te voeren bij de patiënt. Maar juist die leeromgeving staat onder druk. Door o.a. hoge werkdruk, fusies van ziekenhuizen, beperkte financiële ruimte, uitplaatsing naar zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) en verplaatsing van zorg naar de eerste lijn neemt de opleidingscapaciteit van coassistenten af. Daardoor is het voor coassistenten steeds lastiger om voldoende, gevarieerde en veilige oefenmomenten met echte patiënten te krijgen. Terwijl we juist die momenten nodig hebben om artsen goed op te leiden in klinisch redeneren.
Simulatie en virtuele patiënten bieden een veelbelovend alternatief om studenten in de geneeskundeopleiding voor te bereiden op het zelfstandig zien van patiënten: studenten kunnen op hun eigen niveau veilig oefenen met een breed scala aan casuïstiek, zonder risico voor patiënten, en met directe feedback. AI maakt dat nu schaalbaar. Denk aan taalmodellen die realistische patiëntcasuïstiek genereren op maat van de student, die als virtuele patiënt een anamnese kan laten afnemen, of die als tutor kan meedenken en feedback geven op het redeneerproces zelf. Maar belangrijke vragen zijn nog onbeantwoord. Welke onderdelen van klinisch redeneren leer je goed in welke vorm van simulatie (van een virtuele patiënt achter een scherm, een simulatiepatiënt van vlees en bloed, tot een teamsimulatie met acteurs), en welke leer je het best bij een ‘echte’ patiënt? Hoe realistisch en betrouwbaar is de met behulp van AI gegenereerde casuïstiek? En hoe zorgen we dat studenten zowel leren klinisch redeneren mét AI als zélf kritisch blijven redeneren? Daar ga jij als promovendus onderzoek naar doen.
Bekijk deze video met meer informatie over de indiensttreding bij Amsterdam UMC Research BV.
Je maakt deel uit van het team Onderzoek van Onderwijs binnen de Faculteit Geneeskunde VU. Daarnaast neem je actief deel aan het netwerk i.o. voor onderzoek van onderwijs binnen Amsterdam UMC.
Amsterdam UMC Research BV
Amsterdam UMC Research BV ondersteunt wetenschappelijk onderzoek zonder winstoogmerk. Hiermee voorzien we onderzoekers in alles wat ze nodig hebben om te kunnen excelleren. Zo bieden onze principal investigators (PI's) en projectleiders begeleiding op het gebied van projectbeheer, finance en human resources. Bij medisch-wetenschappelijke onderzoeksprojecten wordt daarnaast ook ondersteuning op juridisch vlak geboden.
Bekijk de video voor meer informatie.
Let op: voeg bij je sollicitatie ook jouw publicatielijst mee aan het einde van jouw motivatiebrief of cv (indien relevant).
De eerste ronde sollicitatiegesprekken starten in de week van 26 oktober. Deze gesprekken worden gehouden met de vice-decaan onderwijs FdG VU en het hoofd onderzoek van onderwijs FdG VU.
Heb je nog vragen? Voor inhoudelijke informatie over deze vacature kun je terecht bij Martine de Bruijne, vice-decaan onderwijs FdG VU, via mc.debruyne@amsterdamumc.nl.
Een referentiecheck en screening kunnen onderdeel zijn van de procedure. Kom je bij ons in dienst, dan vragen we voor een aantal functiegroepen standaard een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag). Bekijk wat het inhoudt en of het voor jouw functie van toepassing is.
Interne kandidaten krijgen, bij gelijke geschiktheid, voorrang op externe kandidaten.
Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.




