Wijze rot Minke Jansen: 'Ik blijf tot het bittere eind, of tot Ajax belt’

Van ziekenhuisapotheek tot behandelteam: Minke Jansen zag haar vak in 25 jaar veranderen. Lees over leiderschap, chaos en kansen geven.
4 minuten leestijd

Ze lopen hier al meer dan 25 jaar rond: onverwoestbaar, eigenzinnig en met een hoofd vol kennis waar je u tegen zegt. Deze wijzen kennen Amsterdam UMC als geen ander. In de rubriek 'Raad van een wijze rot' vertellen ze over chaos, trots, levenslessen en de momenten die zijn blijven hangen. Dit keer: Minke Jansen.

"Hoe groter de chaos, hoe beter jij functioneert", hoorde Minke Jansen ooit van een kinderintensivist. Ze werkt al bijna 25 jaar bij Amsterdam UMC, inmiddels als hoofd van de subafdeling Farmaceutische Patiëntenzorg op locatie AMC.

Spelverdeler

Minke geeft leiding zoals ze hockeyt, vertelt ze: "Ik hoef niet te scoren. Ik heb een goede wedstrijd gespeeld als ik de bal goed heb verdeeld en het team heeft gewonnen. Dat vind ik veel leuker."

Dus als een collega ergens beter in is, mag die het oppakken. Mensen krijgen verantwoordelijkheid, worden aangemoedigd om nieuwe dingen te proberen en soms ook om te solliciteren op een functie waarvan ze zelf denken dat ze er nog niet klaar voor zijn. "De een is goed in wetenschap, de ander in organiseren. Ik vind het mooi om mensen uit te dagen en ze vleugels te geven. Als een spelverdeler of coach, hoe je het wilt noemen." Haar eigen leidinggevende zag ooit mogelijkheden die ze zelf nog niet zag en gaf haar de kans om een project te leiden. "Zij zei: probeer het gewoon. Dat heeft me gebracht waar ik nu ben, en dat probeer ik nu ook bij anderen te doen."

Ze is niet vies van sportmetaforen om uit te leggen hoe ze naar mensen kijkt, en lacht zichzelf daar soms ook een beetje om uit: "Dan hoor ik mezelf zeggen: als iemand niet linksbenig is, moet je niet steeds de bal op die linkervoet spelen. Dan moet je hem anders aanspelen, of iemand op een andere plek zetten. Klopt als een bus, op zich. Je moet gewoon kijken naar waar iemand goed in is."

De apotheek uit

Toen Minke begon, werkten ziekenhuisapothekers vooral vanuit de apotheek: ze controleerden medicatiegegevens vanachter de computer en belden de arts als ze iets opmerkten. "Vaak op precies het verkeerde moment. Dan belden we bijvoorbeeld om te melden dat de nierfunctie achteruitging en de dosering aangepast moest worden. Maar inmiddels was de arts er al lang geweest en knapte de patiënt alweer op."

Toen ze leidinggevende werd, draaide Minke het om. "Ziekenhuisapothekers gaan nu om acht uur 's ochtends al mee met de overdracht." Dat kostte overtuigingskracht, bij collega's en bij de organisatie. "Want het is best spannend om achter je computer vandaan te moeten. Plus: afdelingsbezoeken kosten tijd en geld. Maar als je proactief aanwezig bent, heb je reactief minder werk."

Inmiddels zijn ziekenhuisapothekers vaste gezichten op onder andere de kinder-IC en de IC. Ze sluiten aan bij overdrachten, denken mee over behandelplannen en adviseren actief over medicatie. "Dat we structureel onderdeel zijn geworden van het behandelteam, dat is eigenlijk mijn levenswerk."

Chaos

De meest chaotische periode in haar carrière was de invoering van Epic, zo'n tien jaar geleden. "Werkprocessen moesten opnieuw worden ingericht, en ook het voorraadbeheersysteem werkte niet zoals gehoopt. Automatische bestellingen klopten niet meer en niemand wist precies wat er nog op voorraad was. Op 30 december moest daarom de volledige voorraad handmatig worden geteld om de boekhouding af te ronden. Een monsterklus. Maar die uitspraak, 'hoe groter de chaos, hoe beter jij functioneert', komt uit die tijd. Op dat soort momenten ben ik op mijn best. Toen de Raad van Bestuur vroeg of ze iets konden betekenen, flapte ik eruit: kom maar meetellen. Kwamen ze ook nog! Samen met de eindverantwoordelijke van de Epic-implementatie. Dat vonden mijn collega's geweldig. We voelden ons echt gezien. Dat mensen niet alleen kwamen vragen hoe het ging, maar - onder het genot van pizza, dat wel - ook gewoon hun handen uit de mouwen staken. Dat vergeet ik nooit meer."

Familie

"Veel mensen blijven hier lang plakken. Dan wordt een organisatie toch een soort familie.” Zelf begon ze hier als stagiair ziekenhuisfarmacie. Eigenlijk wist ze al tijdens haar tweede stagedag dat ze hier wilde blijven. "Ik vond het bijzonder dat zo'n groot ziekenhuis toch zo laagdrempelig voelde. Iedereen was nieuwsgierig naar elkaar en ik mocht als stagiair echt overal meekijken. Ik liep een dag mee op de OK, ging bij verschillende afdelingen langs. Als je nieuwsgierig bent, kan hier nog altijd heel veel."

“Soms botst het ook weleens, maar ook dat vind ik interessant. Je kent elkaar en je weet wat je aan elkaar hebt. Dus misschien blijf ik hier wel gewoon tot het bittere eind. Of tot Ajax belt, voor die functie als coach.”

Lees meer verhalen