Wijze rot Lodi Sittrop: ‘Ik heb inmiddels een beroemde stem’

Al 41 jaar is Lodi Sittrop een vertrouwd gezicht én stem binnen Amsterdam UMC. Lees hoe hij met humor, aandacht en een luisterend oor het verschil maakt voor patiënten en collega's.
4 minuten leestijd
Ze lopen hier al meer dan 25 jaar rond: onverwoestbaar, eigenzinnig en met een hoofd vol kennis waar je u tegen zegt. Deze wijzen kennen Amsterdam UMC als geen ander. In de rubriek Raad van een wijze rot vertellen ze over chaos, trots, levenslessen en de momenten die zijn blijven hangen. Dit keer: Lodi Sittrop.

“Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.” Met die instelling loopt Lodi Sittrop al 41 jaar rond in Amsterdam UMC. Hij begon ooit als jonge uitzendkracht bij het AMC, werd brancardier, stapte over naar de beveiliging, werkte jaren op de meldkamer en zit nu op de telefooncentrale. Maar één ding is door de jaren heen altijd hetzelfde gebleven: hij wil iets betekenen voor anderen.

Eigenlijk wilde Lodi na school in militaire dienst. Maar het liep net even anders. Via een uitzendbureau kwam hij in 1984 bij het AMC terecht. “Die jongen daar zei: jij wordt brancardier. Ik: branca-watte? Maar het bleek hartstikke leuk, uiteindelijk heb ik het zes jaar gedaan.”

‘Hou je vast, ik stuur wel’

Als brancardier kwam Lodi overal. Van verpleegafdelingen naar de röntgen, van cardiologie naar onderzoeken. En altijd met een praatje of een grap. “Je kon patiënten een beetje geruststellen. Niet over medische dingen hoor, ik ben geen maatschappelijk werker. Maar wel met een geintje.” Zelf bleef hij ook niet onopgemerkt. “Bij de balie van Oncologie zat een oudere secretaresse. Die kneep gewoon in mijn wang: wat een schatje. Dat vergeet je niet.”

Ook herinnert hij zich de drukke dagen waarop hij van meerdere rolstoelen een treintje maakte. “Hou je vast allemaal!” Dan reed hij met drie of vier rolstoelen tegelijk door de gangen. Lacht: “Op een gegeven moment mocht het natuurlijk niet meer. Maar ja, het werkte wel.” Jaren later werd hij zelfs op straat in Purmerend nog herkend. “Hé, jou ken ik!” Bleek een oud-patiënt. “Hoe leuk is dat! Dat zijn de dingen die je bijblijven.”

Achter de boeven aan

Na zes jaar patiëntenvervoer maakte Lodi de overstap naar de beveiliging. Niet omdat hij zijn werk niet leuk vond, “maar er kwamen steeds vaker bekenden voorbij. Het kwam te dichtbij. Werk en privé begonnen steeds meer door elkaar heen te lopen.”

Bij de beveiliging moest hij soms wat serieuzer zijn, maar mensen helpen bleef de kern. En eerlijk is eerlijk: “af en toe achter de boeven aan, dat was natuurlijk ook hartstikke leuk.” Zoals die ochtend op parkeerplaats P2. “Ik zag iemand verdacht bij een auto staan. Ik vroeg: alles oké? Ineens zette hij het op een lopen.” Lodi ging erachteraan. “Bleek hij een tas vol autoradio’s bij zich te hebben.”

Juist iets kunnen betekenen voor een ander, dat zijn de momenten die hem het meest bijblijven. Zoals dat oudere echtpaar met een lekke band. “Ik zei: gaat u maar lekker warm binnen zitten, ik vervang die band wel.” Of de vader van wie de auto werd gestolen nadat zijn tweeling dood was geboren. Lodi bracht hem zelf naar het politiebureau.

Visitekaartje

Sinds 2014 werkt Lodi op de telefooncentrale, een plek die bij hem goed past. “Dat vind ik heerlijk. Contact met patiënten, artsen en collega’s, ik heb inmiddels een beroemde stem.”
Voor veel mensen is Lodi de eerste stem die ze horen als ze bellen met Amsterdam UMC. En die eerste indruk vindt hij belangrijk. “Ik ga niet opnemen alsof ik er geen zin in heb, ik ben toch ook een beetje het visitekaartje van Amsterdam UMC.”

Nét dat beetje extra

Vooral mensen die vastlopen helpt hij graag. Bijvoorbeeld ouderen of mensen die het Nederlands minder goed begrijpen en moeite hebben met keuzemenu’s. “Dan luister ik het bandje zelf af. Wilt u een afspraak maken of afzeggen? Dan druk ik het voor ze in.” En soms doet hij nét dat beetje extra. Zoals bij de moeder die hij huilend aan de telefoon kreeg omdat ze al weken probeerde een afspraak voor haar kind te regelen. “Dan denk ik: die mensen bellen niet zomaar. Dan ga ik kijken wat ik kan doen. Uiteindelijk heb ik zelf de kinderarts gebeld.” Voor Lodi voelt dat niet als extra service. “Het is misschien niet helemaal volgens het protocol, maar ik kan moeilijk zeggen: ik verbind u door, bam, en dan klaar.”

Een dag niet gelachen

Zijn positieve instelling kreeg Lodi van huis uit mee. “Mijn ouders zeiden altijd: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.” Die gedachte hielp hem ook toen hij in 2014 zelf patiënt werd en darmkanker kreeg. “Je kunt dan wel bij de pakken neerzitten, maar hoe positiever je in het leven staat, hoe beter je het redt.” Vorig jaar belde een arts hem persoonlijk na zijn laatste controle. “Hij vroeg hoe het was gegaan. Dat vond ik zó lief. Dat iemand zo meeleeft.”

‘Ik ben nog jong hè’

Na 41 jaar Amsterdam UMC denkt Lodi nog zeker niet aan stoppen. Lachend: “Ik ben nog jong hè.” Hij heeft nog een paar jaar tot zijn pensioen en die wil hij vooral met plezier volmaken. “Als ik lol in mijn werk heb, pakt niemand dat van me af.” En daarna? Ook dan wil hij graag iets voor anderen blijven betekenen. “Zo zit ik gewoon in elkaar. Als ik iemand kan helpen, dan doe ik dat.”

Lees meer verhalen