Een extra teamlid

Samenwerken en verpleegkundig leiderschap op de kinderafdeling

Familieparticipatie is een belangrijke ontwikkeling binnen Amsterdam UMC. In het Emma Kinderziekenhuis werken veel afdelingen dat al langer mee. Hoe pak je ‘verpleegkundig leiderschap’ als er meerdere leiders zijn in het team, namelijk de ouders of het wat oudere kind? Kinderverpleegkundigen Veerle Wille en Melissa Pierre zijn beiden werkzaam op de afdeling Emma Acuut en hebben veel ervaring met dit soort situaties.
5 minuten leestijd
“Als kinderverpleegkundige sta je letterlijk en figuurlijk naast de ouders,” vertelt Melissa. “Je hebt een ondersteunende rol naar de ouders toe. Dat is eigenlijk altijd al de cultuur geweest in het Emma Kinderziekenhuis.” Veerle knikt: “Toch is er ruim vijf jaar geleden een belangrijke slag gemaakt: ouders en oudere kinderen zijn toen mee gaan doen met de artsenvisite. Het hele multidisciplinaire team komt dan bij elkaar om de patiënt te bespreken. Sindsdien doen ze dat samen met de ouders.” In eerste instantie leek het even lastig, maar in de praktijk pakte het heel goed uit. Melissa: “Soms hebben ouders andere ideeën over het behandelplan. Vaak zijn de verpleegkundigen, die het vaakst op de kamer staan, degenen die dat als eerste oppikken.” Veerle lacht: “Wij hebben daar extra voelsprieten voor ontwikkeld. In zo’n geval is het altijd belangrijk om in gesprek te gaan met de ouders. Wat maakt dat ze het anders zien? Wat willen ze precies? Vaak zijn ouders heel open tegen ons, terwijl ze dat tegen de behandelend artsen niet altijd durven. Wij kunnen dan het voortouw nemen en ze aansporen om het issue aan te kaarten tijdens de visite. Of we brengen het zelf ter sprake in zo’n overleg. Daar is iedereen bij gebaat.” Melissa: “Het werkt goed. Ouders voelen zich echt gehoord.”

Zorg afstemmen met de ouders


Op de kinderafdeling zijn er volgens de twee collega’s veel situaties waarbij verpleegkundig leiderschap een rol speelt. Bijvoorbeeld als het gaat om pedagogische problemen. Veerle: “Je leert om objectief te kijken. Het gaat er niet alleen om wat je subjectief vindt; je moet feiten signaleren.” Melissa: “We willen allemaal het beste voor het patiëntje. Samen met de ouders en de artsen ben je continu op zoek naar de beste zorg voor het kind.” Ze vinden het beiden heel goed dat de ouders een stem hebben in het proces. Melissa: “Het is ook helemaal van deze tijd. In de volwassenzorg komt er steeds meer op de schouders van de familie van de patiënt te rusten. Hier is dat ook zo.” Veerle: “De ouderparticipatie op de kinderafdeling is 24/7. Ouders mogen bijvoorbeeld blijven slapen en zorgen samen met de verpleegkundigen voor het kind.” Melissa: “Dan stem je ook de zorg af met de ouders. Daar zijn wij al helemaal aan gewend.”

Ontwikkelcultuur


Op de afdeling is Veerle senior kwaliteit en innovatie. Op elke afdeling werken twee van deze seniors. “Ongeveer een kwart van mijn werktijd is hiermee gemoeid. Ik heb daarbij veel te maken met het keurmerk van JCI. We toetsen voortdurend of we voldoen aan alle kwaliteitseisen. Ik vind het leuk om te doen; ik houd ervan om te zorgen dat we goede kwaliteit leveren. Als ik of een collega iets signaleert dat beter kan, ga ik er met mijn andere collega kwaliteit en innovatie meteen mee aan de slag. We kijken bijvoorbeeld naar de medische veiligheid of naar het patiëntendossier. Het kan van alles zijn. Als iets bijvoorbeeld niet duidelijk is in de communicatie of er wordt iets voorgeschreven wat niet klopt; we zoeken continu uit hoe iets beter kan.” Melissa heeft diverse aandachtsgebieden. Zo is ze BLS-instructeur en PBLS-instructeur. PBLS staat voor Pediatric Basic Life Support, dus reanimatie die speciaal gericht is op kinderen. Ze traint hiervoor collega’s en ouders. Ook is ze bedrijfshulpverlener (bhv’er) en lid van de commissie van het IMS (incident-meldsysteem). Veerle: “In dit ziekenhuis heerst een ontwikkelcultuur. Dat is het leuke van een academisch ziekenhuis. ‘Leading by example’, dat is ook een vorm van verpleegkundig leiderschap.”

Geen hiërarchie


Het vak verpleegkunde vraagt om bepaalde kwaliteiten, die je dicht bij jezelf kunt zoeken. “Deskundigheid overbrengen aan ouders of andere collega’s is ook verpleegkundig leiderschap,” vindt Melissa. “Op onze afdeling is er weinig hiërarchie tussen artsen en verpleegkundigen, dat is fijn. We spreken elkaar overal op aan.” Veerle: “Waarbij je nooit mag vergeten dat je met kinderen werkt. Kinderen zijn enorm kwetsbaar. Je vormt daarom samen een hecht team, ook met de ouders. Je noemt de patiënt bij de voornaam en ouders doen dat ook bij ons. Vaak vragen zij of wij ze willen tutoyeren. Dat helpt mee, dat maakt het samenwerken en de communicatie erg toegankelijk.”

Complex


Door hun leidinggevende wordt zowel Melissa als Veerle ‘erg bescheiden’ genoemd. Melissa: “Het is verpleegkundigen eigen, denk ik, om zichzelf op de achtergrond te plaatsen.” Veerle knikt lachend: “Ja, dat klopt wel. Dat zit in ons zorgzame karakter!” Gelukkig bevestigt ook het afdelingshoofd dat die bescheidenheid wel een tandje minder mag: “Veerle blinkt uit door de inzet en positieve houding waarmee zij collega’s in het team ondersteunt bij hoog complexe patiëntenzorg. Melissa is heel professioneel bij complexe casussen.” Melissa: “Elk ziek kind is eigenlijk complex, maar in de afgelopen periode hebben we wel wat moeilijke situaties meegemaakt, waarbij kinderen zijn overleden.” Veerle: “Of ouders waaraan je op sociaal gebied veel aandacht moet besteden. Maar dat is meteen ook het boeiende van ons vak.” Melissa: “Je wilt professioneel zijn, maar soms grijpt iets je als mens erg aan.” Veerle: “Melissa is er heel goed in om de kern van het probleem te doorzien. Ze komt altijd op voor de belangen van de patiënt en de ouders, maar kan wel heel duidelijk aangeven wat het beste werkt. Soms moet dat met een kleine omweg, maar wat uiteindelijk telt is dat de kinderen de beste behandeling krijgen. Ook dat is verpleegkundig leiderschap.”

Emma Acuut


Op de afdeling Emma Acuut in het Emma Kinderziekenhuis komen kinderen van 0 tot 18 jaar die ‘acuut’ zijn opgenomen. Zij komen vanuit een spoedsituatie of vanwege een ongeplande opname en zijn doorverwezen door bijvoorbeeld de SEH, de huisarts of een ander ziekenhuis. In theorie verblijven deze jonge patiënten maximaal 72 uur op deze afdeling; daarna worden ze óf ontslagen, of ze verhuizen naar een andere afdeling. Daarnaast liggen op Emma Acuut de patiënten van de afdelingen neurologie, neurochirurgie en oogheelkunde. Deze patiënten blijven wel op deze afdeling tot ze ontslagen worden uit het ziekenhuis.