Ambassadeur Yolande Appelman

"Als je iets ziet wat niet klopt en waarvan je denkt dat het beter kan, moet je daar gewoon mee aan de slag."
5 minuten leestijd

Wie?

“Met mijn sportachtergrond – ik was vroeger heel fanatiek in de atletiek - wilde ik eigenlijk sportarts worden. Maar na een stage op Ambon in Indonesië, halverwege mijn studie geneeskunde in het AMC, gooide ik het roer om. Daar moest ik aan de bak voor mensen die gewoon écht ziek waren en hulp nodig hadden. Die ambitie in de sportgeneeskunde voelde daarna niet goed meer. Het is toch een luxe vorm van geneeskunde, waarin je zoekt naar verbetering in plaats van genezing. Het hart is iets wat er echt toe doet. Bovendien heeft het ook raakvlakken met de sport, het is tenslotte de motor van het lichaam.” Maak kennis met Yolande Appelman, een van de weinige vrouwelijke interventiecardiologen in Nederland. Haar belangrijkste aandachtsgebied: hart- en vaatziekten bij vrouwen.
Specialiteit?
"Als interventiecardioloog dotter ik veel mensen. Maar voordat ik dat doe, zoek ik tijdens een hartkatheterisatie naar vernauwingen in de grote kransslagaders van het hart. Die kunnen de klachten, pijn op de borst vaak, veroorzaken. Wat me tijdens mijn werk steeds meer begon op te vallen, is dat ik mensen met hartklachten op tafel kreeg bij wie geen vernauwingen van de bloedvaten vindbaar waren. Met name vrouwen. Dan ben je dus in principe klaar met een patiënt, want het hart lijkt dan niet het probleem. Maar eigenlijk is de vraag: wat is er dan wél aan de hand? Want die klachten zijn echt. Zo begon in 2005 mijn interesse voor hart- en vaatziekten bij vrouwen. Inmiddels heeft dit geleid tot de ontwikkeling van een expertisecentrum in Amsterdam UMC voor patiënten met klachten maar zonder vernauwingen in de kransslagaderen. Tijdens een hartkatheterisatie voer ik dan metingen uit in de kransslagaderen om niet alleen eventuele problemen in de grote maar juist ook in de kleinste bloedvaten van het hart op te sporen. Daar hebben vrouwen vaker last van dan mannen. Zo krijgen deze patiënten toch een diagnose en kun je ook gerichter behandelen. Deze techniek wordt maar in enkele centra toegepast en leidt tot een flinke toestroom van vrouwen.”

Missie?

Naast het dotteren van patiënten richt Appelman zich op het beter op de kaart zetten van de verschillen tussen mannen en vrouwen, niet alleen met betrekking tot hart- en vaatziekten maar voor álle ziektebeelden. “Van oudsher is vooral onderzoek verricht op mannen. We hebben ons te weinig gerealiseerd dat je de uitkomsten van onderzoeken niet altijd zomaar kan plakken op vrouwen.” In 2008 richtte Appelman de landelijke werkgroep Gender van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) op. Bij Amsterdam UMC is zij samen met Petra Verdonk sinds 2016 trekker van de Denktank Gender en Gezondheid, die zich eveneens focust op het belang van gendersensitiviteit in zorg, onderwijs en onderzoek. Verder bekleedt ze zowel nationaal als internationaal nog tig andere functies om haar missie te kunnen volbrengen. Met de Lancet-commissie vrouwen en hart- en vaatziekten bijvoorbeeld, heeft ze net weer een baanbrekend rapport uitgebracht waaruit blijkt dat hart- en vaatziekten bij vrouwen wereldwijd nog steeds te weinig herkend, gediagnosticeerd en behandeld, maar ook te weinig onderzocht worden. “Of dit alles in een reguliere werkdag past? Meestal niet nee. Maar je komt ook niet verder door alleen maar van negen tot vijf achter je bureau te zitten. Dan weet je zeker dat je niks gaat veranderen.”

Trots?

“Waar ik het meest trots op ben? Tsja, lastige vraag wel. Ik vind namelijk: als je iets ziet wat niet klopt en waarvan je denkt dat het beter kan, moet je daar gewoon mee aan de slag. Dus wat ik doe vind ik eigenlijk niet meer dan normaal.” Lacht: “Maar als je dan toch aandringt. Ik ben er op zich wel trots op dat hart en vaatziekten bij vrouwen een onderwerp is geworden waarvoor aandacht is. Zeker in een mannenbolwerk als cardiologie, waar lange tijd totaal geen oog was voor man/vrouw-verschillen bij patiënten met hart- en vaatziekten. Uiteindelijk heb ik de scepsis en argwaan met bloed, zweet, tranen én harde cijfers kunnen ombuigen naar een zaak die serieus genomen wordt.”

Amsterdam UMC gaat voor divers en inclusief. Waar liggen kansen?

“Kom ik eerst weer even terug op dat gendersensitieve onderzoek. Om van representatief en inclusief onderzoek te kunnen spreken, moet altijd antwoord gegeven kunnen worden op de vraag of de uitkomst zowel voor mannen als voor vrouwen geldt. Klinkt logisch, maar dat is heel vaak nog niet het geval. Ook binnen Amsterdam UMC niet.
Voor zorgmedewerkers in het algemeen, en mensen uit minderheidsgroepen in het bijzonder, denk ik dat je veel kunt bereiken met extra begeleiding in de vorm van opleidingen en mentorschappen. Om beter en krachtiger in de zorgwereld te komen staan. Het wordt alleen maar moeilijker en meer de komende tijd. Stoom mensen klaar voor de toekomst, zodat je ze behoudt. Hoe diverser dat personeelsbestand, hoe beter de kwaliteit van zorg en onderzoek. Je bent dan namelijk beter in staat om verschillende populaties te begrijpen en het onderzoek af te stemmen op de deelnemers.” Zelf heeft ze die begeleiding erg gemist. “Ik dacht altijd: als je maar hard genoeg werkt dan kom je er wel, ongeacht of je nu man of vrouw bent. Dat was naïef van me. Of je nu man bent in een vrouwenbolwerk, vrouw in een mannenbolwerk, allochtoon tussen de autochtonen, om verder te komen moet je je de regels en gebruiken, de taal van die meerderheid zien eigen te maken. Kijken hoe de pionnen staan en het politieke spel meespelen. Anders red je het niet, hoe hard je ook werkt. Begeleiding daarin kan er nou net voor zorgen dat jij je ambities niet uit het oog verliest én dat een organisatie zijn diverse werknemersbestand niet ziet slinken.”

Buiten werktijd?

“Zo’n vijftien jaar geleden heb ik het wielrennen ontdekt. Sindsdien maak en organiseer ik regelmatig verre tochten voor goede doelen gerelateerd aan hartziekten. Dat doe ik in teams, met assistenten of andere cardiologen bijvoorbeeld. Ook van andere umc’s. Dan fietsen we bijvoorbeeld naar een cardiologencongres in Stockholm of Barcelona en halen we geld op voor onderzoek. Naast sport speelt ook muziek een belangrijke rol in mijn leven. Van huis uit speelde iedereen in mijn familie een instrument. De hobo heb ik inmiddels aan de wilgen gehangen maar ik dompel me nog altijd onder in klassieke muziek, bijvoorbeeld in het Concertgebouw.” Ook op de OK gaat de muziek regelmatig aan. “Dat vind ik fijn werken, is goed voor de concentratie. Daarnaast helpt het mijn patiënten tegen pijn, stress en angst.”