Ambassadeur Miranda Kooijman-van der Meer

"Binnen Amsterdam UMC hoop ik ook een voorbeeld voor andere mensen met een beperking te kunnen zijn."
4 minuten leestijd

Wie?

Miranda Kooijman-van der Meer (47) uit Wilnis werkte vanaf haar achttiende tot haar 26ste in de commerciële sector maar een gebrek aan zingeving dreef haar naar de zorg. “Dat kwam voor niemand als een verrassing eigenlijk. Mensen willen helpen, dat heeft altijd in mij gezeten. Mijn moeder heeft ook altijd in de zorg gewerkt.” Op locatie VUmc werkte ze eerst als verpleegkundige op de IC en Medium Care en daarna 6 jaar op de poli endoscopie. Sinds 2019 werkt ze als transferverpleegkundige op locatie AMC. “Die carrièreswitch heeft te maken met het feit dat ik zes jaar geleden in een rolstoel belandde. Na meerdere operaties vanwege een versleten knie, kreeg ik allerlei complicaties. De oorzaak daarvan is nooit echt duidelijk geworden. Aanvankelijk werd gedacht dat ik nog wel zou kunnen lopen, maar mijn rechterbeen wil niet. In het begin liep ik nog gedeeltelijk op krukken, maar ik kan me beter voortbewegen in een rolstoel.”

Specialiteit?

“Van Oncologie tot de Kinderafdelingen, als transferverpleegkundige werk door het hele ziekenhuis en is het mijn taak om voor patiënten die het ziekenhuis mogen verlaten de zorg te regelen die er nog nodig is. Met artsen en verpleegkundigen overleg ik welke patiënten mogelijk nazorg nodig hebben en daarna bezoek ik de patiënten zelf, om de benodigde zorg na ontslag te bespreken. Wat is hun woon- en gezinssituatie? Zijn er misschien mensen in de omgeving die een aandeel in de zorg kunnen leveren? Soms is hulp bij persoonlijke verzorging al voldoende, waarbij de patiënt geholpen wordt bij het wassen en aankleden. In andere gevallen is ondersteuning met tijdelijk extra zorg wenselijk, zoals infuustherapie, wond- en katheterzorg of palliatieve zorg. We regelen dan ook de hulpmiddelen en de apparatuur die thuis nodig zijn. En het kan ook gaan om een aanvraag voor een tijdelijk verblijf in een woonzorgcentrum, verpleeghuis of hospice.” Door corona is haar werk belangrijker dan ooit. “De juiste zorg op de juiste plek is nog nooit zo belangrijk geweest. Elk bed is belangrijk nu. Hoe eerder zo'n bed vrijkomt, hoe beter. Zonder daarbij uiteraard het belang van de patiënt uit het oog te verliezen.”

Waarom zet je je in voor de gezondheidszorg?

“Er voor anderen kunnen zijn, dat vind ik het fijnst aan mijn werk. Je komt mensen tegen in hele kwetsbare situaties en op dat moment kan ik iets voor ze betekenen. Dat vind ik bijzonder. In de commerciële sector verdiende ik een stuk beter, maar ik heb nog geen dag spijt gehad van mijn carrièreswitch. Ik geniet van mijn werk en ga dagelijks met een voldaan gevoel naar huis, dat is zoveel meer waard.”

Wat betekent Amsterdam UMC voor je?

“Dat ik het werken in een rolstoel niet als een belemmering ervaar, komt ook door mijn collega’s. Ik word behandeld als ieder ander, ik voel me thuis hier. Binnen Amsterdam UMC hoop ik ook een voorbeeld voor andere mensen met een beperking te kunnen zijn. Het enkele feit dat ik in een rolstoel zit, betekent niet dat ik niet meer kan werken. Helaas zie ik nog veel rollers die geen eerlijke kans krijgen of worstelen met alle bureaucratie. Met hen wil ik mijn kennis graag delen. En laten zien dat een rolstoel geen sta in de weg hoeft te zijn voor een carrière in de zorg, of waar dan ook. Ik kan nu nog steeds een hele mooie rol vervullen en een dankbaar beroep uitoefenen. Geef de moed niet op, probeer te kijken naar de mogelijkheden.”

Amsterdam UMC gaat voor divers en inclusief. Waar liggen kansen?

“Inclusie moet je uitdragen, dat moet zichtbaar zijn en je moet er echt in geloven. Toen ik in die rolstoel belandde, werd er binnen Amsterdam UMC in eerste instantie vooral gekeken naar wat er allemaal niet meer mogelijk was in plaats van wat er nog wél kon. Daar liggen kansen. Ja, het is een hoop geregel en uitzoekerij, maar er is tegenwoordig zóveel mogelijk. Ik wil daar wel over meedenken, mijn kennis delen. Zodat je hier meer gepassioneerde mensen zoals ik aan het werk krijgt. Een goeie werkgever zijn voor mensen met een beperking, op dat vlak kan Amsterdam UMC nog wel een snufje Bibian Mentel-mentaliteit gebruiken. Denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen.”

Buiten werktijd?

“Skiën is altijd mijn grote passie geweest, dus ben ik vorig jaar begonnen met zitskiën. Verder speel ik rolstoeltennis en maak ik veel fietstochten met de handbike. Nee, bij de pakken neerzetten is niet mijn ding. Met haar positiviteit en immense doorzettingsvermogen is Bibian Mentel een groot voorbeeld voor mij. ‘Denk in mogelijkheden en durf te dromen’, zette ze ooit voor me in de flaptekst van haar autobiografie LEEF. Dat is ook mijn motto nu.”