Ambassadeur Mai Chin A Paw

“Ik probeer de jeugd zo gelukkig en gezond mogelijk te laten opgroeien om ze zo uit Amsterdam UMC te houden.”
4 minuten leestijd

Wie?


“Ik probeer de jeugd zo gelukkig en gezond mogelijk te laten opgroeien om ze zo uit Amsterdam UMC te houden.” Mai Chin A Paw is bewegingswetenschapper, epidemioloog en hoogleraar epidemiologie van jeugd en gezondheid en voorzitter van de sectie Jeugd en Gezondheid binnen de afdeling Public and Occupational Health. “Bewegen is een wondermedicijn, het werkt zowel preventief als curatief voor bijna alle ziekten. Als kind al was ik eigenlijk altijd in beweging. Ik ben grotendeels opgegroeid op het platteland. Als ik ’s ochtends opstond, verzorgde ik eerst mijn paarden. En om op school te komen, moest ik altijd een flink stuk fietsen. Ik heb van jongs af aan gemerkt hoe lekker het is om veel te bewegen. Je wordt er echt gelukkig van, voelt je zoveel beter, slaapt lekkerder, bent fitter. Dat bewegen hoeft echt niet per se in de sportschool, ook dansen, dieren verzorgen en tuinieren zijn bijvoorbeeld prima vormen van beweging. Ik ben ervan overtuigd dat er voor elk mens een vorm van beweging is waar ze blij van worden.”

Waarmee kunnen collega’s/pers bij je aankloppen?


“Gaat het over jeugd en gezondheid dan kun je bij mij aankloppen. Met als specialiteit bewegen, zittend gedrag en slaap en hoe dat samenhangt met gezondheid en een gezonde ontwikkeling. Ik ben bekend om mijn real life onderzoeken, midden in de maatschappij. In mijn huidige projecten focus ik me op het verkleinen van gezondheidsverschillen onder kinderen. Om kinderen in achterstandswijken te helpen hun kansen op een gezonde ontwikkeling te vergroten. Want alle kinderen hebben recht op een gezonde leefomgeving. Ik doe niet alleen maar onderzoek naar jeugd maar ook samen met jeugd, participatieve co-creatie. In samenwerking met de gemeente Amsterdam ben ik bijvoorbeeld bezig met een project om kinderen mee te laten bepalen hoe de publieke ruimte moet worden ingericht op zo’n manier dat het voor hen aantrekkelijk is om daarin te spelen en te bewegen. De motorische fitheid – kracht, uithoudingsvermogen, coördinatie, snelheid en lenigheid – van kinderen is sinds de jaren tachtig hard achteruit gehold. En dat komt niet alleen doordat kinderen gemiddeld dikker zijn geworden. Ook kinderen zonder overgewicht zijn minder sterk en minder lenig. Als je die motorische vaardigheden als kind niet goed hebt aangeleerd, is het kwaad al geschied. Dan heb je daar de rest van je leven last van.”

Waarom zet je je in voor de gezondheidszorg?


“In mijn ogen is er in de Westerse gezondheidszorg te veel nadruk op curatie (ziektezorg) en te weinig op preventie (gezondheidszorg). Mijn ouders zijn allebei arts, toch heb ik nooit iets gehad met de Westerse ‘ziektezorg’. Wel ben ik altijd heel erg geïnteresseerd geweest in gezondheid en preventie. Naar mijn idee wordt preventie nu onderbelicht en onderbenut terwijl we er zoveel gezondheidswinst mee zouden kunnen behalen.”

Amsterdam UMC gaat voor divers en inclusief. Waar liggen kansen?


“Kansen genoeg voor Amsterdam UMC. Studentenstromen zijn bijvoorbeeld al veel meer divers dan afdelingshoofden of de raad van bestuur. Er liggen dus kansen op het creëren van een meer divers personeelsbestand, op elk niveau. Maar dat is niet genoeg. Iedereen moet zich ook geïncludeerd en gerespecteerd voelen: Diversity is being invited to the party. Inclusion is being asked to dance (Verna Myers). Dat je je unieke zelf kan zijn en daarvoor gewaardeerd wordt, dat je gestimuleerd wordt je ideeën te delen en er naar je geluisterd wordt. Dat zit zowel in taalgebruik als gewoonten en gedrag. Ik denk dat daar de grootste kansen liggen.”

Een goed voorbeeld van inclusieve samenwerking binnen Amsterdam UMC?


“Begin 2021 zijn we bij Public and Occupational Health een project gestart om onze afdeling inclusiever te maken, specifiek gericht op mensen van kleur. We brengen met behulp van een survey in kaart hoe inclusief onze afdeling eigenlijk is. Wat zijn ervaringen van medewerkers op het gebied van racisme en andere vormen van discriminatie en uitsluiting? In focusgroepen en individuele interviews gaan we daarna dieper in op die ervaringen. Vervolgens hopen we met de medewerkers zelf tot oplossingen en acties te komen om de afdeling inclusiever te maken. In kleine actiegroepen gaan we die oplossingen uitwerken, implementeren en testen. Uiteraard delen we onze bevindingen en oplossingen graag met de rest van het huis zodat meer afdelingen ermee aan de slag kunnen. Voor mij geldt: hoe inclusiever de afdeling, hoe inclusiever ons onderzoek. Want de cultuur en sfeer die heerst op de afdeling neem je mee in het uitvoeren van je onderzoek. Daarbij geloof ik dat wanneer je inclusief onderzoek doet waarbij alle studieparticipanten zich gelijkwaardig behandeld voelen, je tot rijkere onderzoeksresultaten komt. Veel onderzoek wordt nu nog gedaan met WEIRD (Western, Educated, Industrialized, Rich, and Democratic) samples. Inclusief onderzoek levert meer holistische kennis die beter past bij de diverse werkelijkheid.”

Buiten werktijd?


“Buiten werktijd is yoga mijn grote passie. Het eerste wat ik doe als ik ’s ochtends opsta, is anderhalf uur yoga. Mijn kinderen en man weten inmiddels dat ze me dan even niet moeten storen. Voordeel van yoga is dat je het altijd en overal kunt doen. Waar ik ook ga, mijn yogamatje gaat mee. En als je het meteen in de ochtend doet, heb je er de rest van de dag profijt van en kan niemand het meer van je afpakken. Ik ben ook veel met yogafilosofie bezig. Daar zitten zoveel levenslessen in, dat helpt me om positief en in balans door het leven te gaan.”