Ambassadeur Garry Pigot

“Een organisatie die zich internationaal oriënteert, wordt mijns inziens vanzelf divers en inclusief."
5 minuten leestijd

Wie?

“In mijn geboortestad Groningen had je destijds weinig Surinamers. De naam Pigot was best exotisch. Jaren later kreeg ik een patiënt op de operatietafel die me vroeg: kent u toevallig een Pigot die in Groningen in het onderwijs heeft gezeten? Zo leuk! Bleek het een oud-leerling te zijn van mijn vader, die daar op de middelbare school aardrijkskunde gaf.” Sinds de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 wonen de ouders van uroloog Garry Pigot weer in hun geboorteland. “Maar als je de kans krijgt om in het buitenland te studeren, dan pak je die. Met maar één universiteit zijn de opleidingsmogelijkheden in Suriname een stuk beperkter dan hier. Ik had het geluk dat ik naar Europa kon. Ook vanwege mijn Nederlandse nationaliteit. Mijn studie geneeskunde startte ik in Antwerpen, maar na twee jaar werd ik toch nog ingeloot bij de universiteit van mijn eerste keus: de UvA.”

Specialiteit?

“Een groot deel van mijn werk bestaat uit reconstructieve urologie, een soort plastische chirurgie binnen de urologie. Het vak vergt creativiteit en een bepaalde handvaardigheid, bij alles eigenlijk. Van grote buikoperaties waarbij een stukje darm gebruikt wordt om urinestoma’s te maken, tot aan het fijnere werk met een telescoop- of loepbril, waarbij ik iets aan elkaar hecht. Ik doe vooral veel genitale hersteloperaties bij mannen. Denk aan hersteloperaties na sterilisatie. Of bij kromstand van de penis door bijvoorbeeld de ziekte van Peyronie, een van mijn specialiteiten. Het vak is niet alleen ontzettend veelzijdig, ook het nauwe patiëntcontact spreekt me enorm aan. Als ik bij een patiënt met incontinentieproblemen een sluitspierprothese of male sling plaats, een bandje, blijft zo iemand nog zeker twee jaar bij mij onder controle. En als ik een erectieprothese inbreng bij een transgenderman, een operatie die in Nederland vooralsnog alleen door mij wordt uitgevoerd, zie ik de patiënt ook nog regelmatig terug. Dat er voor dat relatief kleine deel van het lichaam zo veel mogelijkheden zijn, maakt de urologie voor mij zo ontzettend interessant. Soms haal ik bijvoorbeeld wangslijmvlies weg onder de tong om een stukje van de plasbuis te reconstrueren. Dat is gewoon gaaf.”

Meest trots?

Ik ben toch wel trots op de chirurgische vaardigheden die ik heb ontwikkeld. De operaties die ik uitvoer, zeker als het gaat om transgenders, zijn levensveranderend. Ik ben er ook wel trots op dat ik echt iets voor een ander kan betekenen. Vandaag nog kreeg ik een belletje van een patiënt. Ik heb hem behandeld voor de ziekte van Peyronie, kromstand van de penis dus, en sindsdien kan hij eindelijk weer vrijen met zijn partner. Hij heeft me minstens vier keer bedankt. Dat geeft me energie, daar doe je het voor. En wat ook absoluut nog gezegd moet worden: ik ben ontzettend trots op mijn vrouw. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik bepaalde carrièrestappen kon maken, door zich - zeker ten tijde van mijn opleiding - wat meer over de kinderen te ontfermen en het thuis ook allemaal goed draaiende te houden.”

Amsterdam UMC gaat voor divers en inclusief. Wat voor gevoel heb jij daarbij?

“Maak ik een organisatie als Amsterdam UMC meer divers vanwege mijn huidskleur? Ik weet het niet. Door de huidige tijdgeest ben ik me wel wat meer bewust geworden van het feit dat ik tot een minderheid behoor. Maar wit of zwart, ik ben altijd van mening geweest dat kansen je nooit komen aanwaaien. Die gaan je voorbij als je niet je stinkende best doet voor iets en op een correcte manier in het leven staat. Ik heb ook nooit het idee gehad dat ik nóg meer mijn best heb moeten doen dan een witte collega. Dat komt misschien ook wel door mijn topsportachtergrond. Ik heb op hoog niveau gebasketbald. Dan maakt het niet uit wie je tegenover je hebt, je wilt winnen. Die prestatiedrang heeft me zeker verder geholpen. Ik denk wel dat als je op een of andere manier opvalt, bijvoorbeeld vanwege je huidskleur, jouw acties ook eerder opvallen. Dat kan een nadeel zijn, het kan je bijvoorbeeld angstig maken om fouten te maken. Maar het kan ook in je voordeel werken. Blink je uit, dan val je éxtra op. Door mijn opleiding en specialisatie heb ik misschien ook wel het geluk gehad dat ik uiteindelijk met minder mensen heb hoeven concurreren. Ik kan me zo voorstellen – die verhalen heb ik in eigen kringen ook wel gehoord - dat het in een vollere vijver met meer kandidaten lastiger wordt om als minderheid op te vallen, of om zelfs maar een kans te krijgen. Hoe hard je ook werkt. Dat is schrijnend, natuurlijk.”

Wat maakt een organisatie voor jou divers en inclusief?

“Een organisatie die zich internationaal oriënteert, wordt mijns inziens vanzelf divers en inclusief. Je ziet het binnen het Genderteam. Dat team is niet alleen multidisciplinair – ik werk samen met zorgverleners uit onder andere de psychologie, psychiatrie, gynaecologie, plastische chirurgie, dermatologie en heelkunde – maar ook de afkomst van de mensen binnen het team is enorm divers. Ik heb collega’s uit India, Duitsland, Portugal, België, noem maar op. Dat diverse team levert ons enorm veel op. Bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek. We hebben directe lijntjes met België en Duitsland. Samen weet je meer. Door voorbij de eigen landsgrenzen te kijken, heb je ook meteen een groter aanbod van talenten. Door dit soort samenwerkingsverbanden versterk je de interculturele competenties op de werkvloer en krijgt je organisatie internationale allure. Ik zeg: doen!”

Buiten werktijd?

“Op dit moment ben ik aan het trainen voor een triatlon. Eén probleem: ik haat zwemmen in koud water. Maar sport loopt als een rode draad door mijn leven. Het is echt een uitlaatklep voor me, fijn voor lijf en geest. In Suriname basketbalde ik in het nationale jeugdteam en tijdens mijn studie balde ik bij Sportcentrum VU. Mijn dochter heeft dat basketbalvirus ook te pakken en doet het erg goed en mijn zoon is eveneens super sportief. Ben trots op mijn Pigotjes. Sowieso komt mijn gezin natuurlijk op nummer één. Favoriete familieactiviteit? Uiteten en barbecueën!”